Kijk, luister en lees
Sander Lusink bij Doorzetters
Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.
Boek 2 · Het familiebedrijf
Sander Lusink: Tot twaalf minuten klinisch dood. Terug met een andere kijk op het familiebedrijf
Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
‘Het wordt zwart.’
Hoe de brand director van herenmodehuis OG zijn eigen dood meemaakte, terugkwam, en sindsdien precies weet wat zijn familiebedrijf wel en niet waard is.
Het was een koude maandagavond in november, acht uur, en Sander Lusink stond te sporten in het Vondelpark toen hij druk op zijn borst kreeg. Een goede vriend, Ralf Manheim, vroeg of het ging. ‘Gaat niet helemaal lekker, maar ga alvast naar de verzamelplek,’ zei Lusink. De vriend vertrouwde het niet en bleef. Goede intuïtie, want toen viel Lusink om. De trainer, destijds commandant bij het arrestatieteam, hoorde het gaspen en nam de leiding: ‘is foute boel.’ De politie bevroor, de brandweer schokte hem met de AED. In de ambulance zei Koen Vertrooien: ‘Sanny, je bent even weg geweest.’ Hoe lang, vroeg Lusink. ‘Tussen de zes en twaalf minuten,’ zeiden de specialisten later. Een tunnel met licht heeft hij niet gezien. ‘Het wordt zwart,’ zegt hij. ‘Dat is heel gek, dat het helemaal zwart wordt.’ Hij hield er ongeveer 13% hartschade aan over, maar geen hersenschade. Een wonder, zeiden ze in het ziekenhuis.
Lusink is brand director van OG, het luxe herenmodehuis dat sinds 1989 in Italiaanse stijl uitblinkt en dat zijn vader met diens twee broers opbouwde. Samen met zijn broer Martijn, de CEO, leidt hij nu het bedrijf, met de bekende vestiging in de PC Hooftstraat en winkels in Den Haag, Rotterdam en Antwerpen.
Het kantelmoment
De hartstilstand was zijn grootste uitdaging en zijn grootste reset. ‘Toen was ik even twee jaar uit,’ zegt hij, ‘en toen dacht ik: oké, wat gaan we nu doen? Blijven we dit doen bij OG of gaan we het anders doen?’ Wat vooral veranderde, was zijn weegschaal. De kleine dingen, de auto, de vakanties, de feestjes, raakten hun gewicht kwijt. ‘Je maakt mij het gelukkigst met mijn sloepje met 15 pk op de Vinkeveense Plassen,’ zegt hij. Veelzeggend: gevraagd naar zijn levensgeluk noemt hij de zaak niet. Het is belangrijk dat je werk doet waar je gelukkig van wordt, zegt hij, maar het is niet de hoofdzaak. En de druk om het familiebedrijf foutloos te runnen relativeerde hij: ‘je kan niet meer dan je best doen.’
Diezelfde nuchterheid hielp toen kort daarna de zwaarste zakelijke nacht aanbrak: corona, alle winkels dicht, geen zicht op steun. Het antwoord kwam vanuit overlevingsinstinct. De nieuwe collectie was net binnen toen zijn broer zei: ‘we gaan meteen met uitverkoop beginnen, want we weten niet hoe lang dit gaat duren.’ Concurrenten belden woedend, maar ‘we moeten nu liquide worden.’ Zodra de winkels weer open mochten, losten ze meteen hun schuld en uitgestelde belasting af, anders dan partijen die later met een coronaschuld omvielen. Tegelijk verschoof de markt onder hun voeten: waar het ooit 70 procent pakken en 30 procent smart casual was, is dat nu omgedraaid, en is dat sportievere jasje hun bread and butter geworden. Het pak komt terug, vooral ceremonieel. Online is bij hen overigens bewust beperkt, tussen de 10 en 20 procent, want het blijft een verlengstuk van de winkel, geen vervanger.
Wat het kostte
De zwaarste prijs zit in de generatie boven hem. Zijn vader, inmiddels 77, is stabiel maar kan na een hersenbloeding niet meer praten. ‘Ik had hem een andere laatste fase van zijn leven willen geven,’ zegt Lusink. Daar bovenop komt het gewicht van het beheren van een familietraditie in plaats van alleen een eigen bedrijf. Vader en zonen verschillen daarin: ‘hij vindt wel dat OG een familiebedrijf moet blijven,’ terwijl Sander en zijn broer realistischer zijn over waar het vak heen gaat. ‘Kwaliteit is belangrijker dan dat er kinderen in het bedrijf moeten instromen,’ zegt hij. Sander heeft zelf geen kinderen; zijn broer twee dochters van vijf en zeven. Mochten die ooit instromen, dan willen ze dat ze eerst om zich heen kijken en ervaring opdoen, want zij rolden er zelf jong in.
Er was ook leergeld onderweg. In Antwerpen luisterden ze in het begin te veel naar iemand die zei de markt te kennen, hingen ze een openingsbord in het Frans op en kregen ze meteen een boze brief onder de deur. Bij het uitladen klonk het: ‘kaaskop, dik nek, haal je auto weg.’ Pas toen ze er Nederlands personeel neerzetten en het vertrouwde warme onthaal invoerden, kantelde het. Nu staat er een man die ze ‘Mister OG Antwerp’ noemen en draait de vestiging met winst. En er is iets om trots op te zijn: OG is een opleidingsschool gebleken, met oud-medewerkers die doorstroomden tot de top van merken als Tom Ford en Burberry.
Drie tips van Sander
Doe iets waar je hart ligt. ‘Anders wordt het werken, en werken kan heel zwaar worden. Als je iets doet wat je leuk vindt, dan krijg je er elke dag energie van.’
Pak kansen. ‘Sommige mensen zijn te voorzichtig. Je moet je traditionele kernwaarde in stand houden, maar je moet wel kansen pakken. Dat is toch ondernemen.’
Neem mensen aan die beter zijn dan jij. ‘Mensen die jou willen helpen meegroeien en er ook voor de lange termijn inzitten, niet alleen om even snel hun carrière op te poetsen.’
Eén harde les
‘In Antwerpen hebben we te veel geluisterd naar iemand die zei de markt te kennen. Zo hebben we wat beginnersfouten gemaakt.’
De vraag aan jou
Als je morgen twaalf minuten weg zou zijn en terugkwam, zou je dan nog steeds hetzelfde doen, en weet je net als Lusink wat in je bedrijf onmisbaar is en wat alleen maar gewicht is?