Sander Groet bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

Sander Groet: De man die zijn kindje losliet en opnieuw bouwde

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 5 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Dat is het slechtste moment om uit te stappen.’

Over een pijnlijk afscheid, all in gaan en een grijze betonkolos die een baken werd.

‘Je neemt afscheid van je kindje, maar ook van je vrienden. En je doet dat op een moment dat de waarde van dat bedrijf, puur op papier, heel beperkt is.’ Zo beschrijft Sander Groet het vertrek dat hij zelf het slechtste moment om uit te stappen noemt. Hij is mede de architect van de Nederlandse festivalcultuur, was mede-eigenaar van ID&T, de man achter iconen als Mysteryland, Sensation, Inner City en Trance Energy. ‘Het was echt een familie,’ zegt hij. En toch liep het vast.

Met zijn compagnon Duncan Stutterheim was het bedrijf breed uitgewaaierd: festivals, een radiostation, twee magazines, strandtenten, een nachtclub, een restaurant. ‘Er was eigenlijk geen stopknop,’ zegt Groet. Ze spraken een keer af alles af te stoten en zich te richten op de festivals, waar het echte geld werd verdiend. ‘Een dag later komt Duncan mijn kantoor in, en toen was hij weer een rosé begonnen.’ Groet voelde zich op een gegeven moment niet meer thuis in zijn eigen bedrijf.

Het kantelmoment

Het kantelmoment was het loslaten van ID&T, dat hij zonder aarzelen het moeilijkste moment van zijn carrière noemt. Hij verkocht zijn aandelen aan Duncan, op het dieptepunt van zes miljoen, terwijl het bedrijf jaren later voor honderd miljoen naar private equity zou gaan. ‘Zo gezien was dat dus niet het allerbeste,’ zegt hij nuchter, ‘maar zo kijk ik er helemaal niet naar. Het gaf mij ook een stukje lucht en rust om weer te kijken: wat ga ik nu doen?’ Hij was vijfendertig. Wat de breuk verzachtte, is dat de vriendschap bleef, want later stapten Groet en Duncan samen in de A’DAM Toren.

Wat het kostte

Wat het kostte, had hij al jong geleerd. Bij de tweede Mysteryland op de Maasvlakte kwamen veel te weinig bezoekers en rezen de kosten uit de pan. ‘Wij draaiden bijna een miljoen verlies,’ zegt hij, met driehonderdduizend gulden van hemzelf erin. Ze sloegen een jaar over om de schulden af te betalen. Hij was zevenentwintig, en iedereen noemde hem gek. ‘Was je hartstikke gek? Ja, uiteindelijk wel, want wij gingen altijd all in.’ In plaats van weg te lopen koos hij voor open kaart: ‘Je gaat gewoon eerlijk tegen iedereen zeggen: jongens, het is niet gelukt.’ Bij zijn derde editie, de eerste die eindelijk geld opleverde, ging er, later in het ziekenhuis, iemand dood aan een overdosis. ‘Ik reed met lood in mijn schoenen naar huis.’

Niet alles overleefde. Zijn Club Air in de Amstelstraat, bij het Rembrandtplein op de oude plek van de iT, ging failliet, toen er van vier goede clubavonden nog maar twee over waren en de huur te hoog werd. Een klap voor zijn ego was het niet. ‘Helemaal niet, want ik kwam er al heel lang niet meer. De aandacht lag er niet meer.’ En juist die club had hem veel gebracht. ‘Door die club heb ik weer nieuwe festivals kunnen uitrollen. Want Open Air kwam letterlijk uit Air.’ Dat all in zou zich herhalen bij de koop van de A’DAM Toren, waarvoor hij op het laatste moment zijn eigen huis als onderpand gaf.

Zijn tweede act werd van beton. In 2005, vlak na zijn ID&T-exit, vroeg hij de gemeente al waarom er geen uitkijkpunt kwam in de oude Shelltoren tegenover het Centraal Station. Jaren later wonnen hij en zijn partners Hans Brouwer en wederom Duncan Stutterheim de open inschrijving, uit drieëndertig inzendingen, als enige niet-vastgoedpartij en met nul ervaring. ‘Wij kwamen als frisse, jonge partij met een tof idee voor deze plek.’ Waar een ontwikkelaar verhuurt en doorverkoopt, deed Groet het omgekeerde. ‘Dit wordt ons gebouw, maar wij blijven daarin ook zelf ondernemen. Wij doen tien dingen in de toren zelf.’ Zo ontstond wat hij een verticale stad noemt: een hotel met honderdtien kamers en vijfentachtig procent bezetting, kantoren van onder meer Sony Music, clubs als Shelter en Madam, en bovenop Over the Edge, een mechanische schommel die over de rand zwaait, een half miljoen kostte en een bucketlist-item werd voor wie de stad bezoekt. Verkopen wil hij niet. ‘Dit is een mooi familiebezit. Ik hoef geen boten en vliegtuigen, dus waarom zou ik het verkopen?’ Hij blijft een man van het detail die zelf nog propjes opraapt en alles bekijkt door de ogen van de consument. ‘De toren is nooit af. Het is een voortdurend ding,’ zegt hij. Corona sloeg hard toe, de toren stond compleet leeg en de bank vroeg meteen om een lagere waardering, maar hij overleefde. Wat hij voor de toekomst hoopt, is eenvoudig: ‘Weer wat meer offline, dat mensen elkaar weer gewoon gaan ontmoeten.’

Drie tips van Sander

Hou focus. ‘Ga niet als ondernemer denken dat je de hele wereld aankan als je succesvol bent, maar hou je focus op één ding.’

Deel het. ‘Zorg dat je goede mensen om je heen hebt die net wat anders in de race staan dan jezelf, zodat je een compleet verhaal krijgt.’

Bewaak je energie en je rust. ‘Zorg dat je af en toe je hoofd echt leegmaakt; dat je hersenen in een andere stand komen en je weer met frisse blik kunt kijken.’

Eén harde les

‘Wij gingen altijd all in. Ook in de toren ben ik all in gegaan. Ik moest zelfs mijn huis als onderpand afgeven.’

De vraag aan jou

Wat zou jij durven loslaten, juist op het slechtste moment om uit te stappen, om ruimte te maken voor je tweede act?

Meer afleveringen →