Robèrt van Beckhoven bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

Robèrt van Beckhoven: Hij verloor bijna alles en koos ervoor om het weer alleen te doen

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 5 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Broodbakken is heel simpel, maar het is heel moeilijk om simpel te bakken.’

Hoe de bekendste bakker van Nederland zijn imperium zag instorten en op zijn vierenzestigste opnieuw begon, met meel onder de nagels.

‘Wat was het moeilijkste moment in jouw carrière?’ Robèrt van Beckhoven hoeft niet lang na te denken. ‘Afgelopen jaar was wel een pittig jaar,’ zegt hij. ‘Misschien was dat ook wel het moedigste.’ Het ging mis, en het ging op alle fronten tegelijk mis. ‘Aan de zakelijke kant zat het hem erin dat we onder vuur lagen, terwijl de pers het heel groot maakte. Daar had ik het meeste moeite mee. Dat ze maar iets roepen en je kunt je eigenlijk niet verdedigen.’

Van Beckhoven is bij miljoenen Nederlanders bekend als het gemoedelijke jurylid van Heel Holland Bakt. Maar achter dat televisiebeeld zit een vakman die geboren werd in een bakkerij in Oisterwijk, zoon van een banketbakker. In 1989 nam hij de zaak van zijn vader over. Een belangrijke leermeester woonde naast de deur. ‘Cas Spijkers was mijn buurman,’ vertelt hij. ‘Hij zei tegen mij: Robèrt, je bent het grootste talent van bakken in Nederland.’ Maar Spijkers leerde hem ook iets wat het patroon van zijn leven zou worden. ‘Hij zei ook: als je niks zegt, dan gebeurt er niks.’

Die les nam hij ter harte, op het eigenwijze af. Won hij een vakwedstrijd, dan belde hij de krant. ‘Dan zei de krant: ja, maar je hebt er al in gestaan. En dan zei ik: joh, Ajax wint ook elke week en staat er ook elke week in.’ Zo werd hij van bekende Oisterwijker een bekende Brabander, en daarna een bekende Nederlander. Hij behaalde zijn meesterproef patisserie en boulangerie, en werd de enige Nederlander met die twee titels. De landelijke bekendheid kwam erbij: jaar na jaar Heel Holland Bakt, een eigen bakschool en theatershows. Het imperium dijde uit. Tot het niet meer uitdijde, maar implodeerde.

Het kantelmoment

Het draaide om de crowdfunding voor een nieuwe locatie op het KVL-terrein, de oude leerfabriek waar hij in 2014 zijn open bakkerij had gevestigd. ‘We haalden 210.000 euro op, en dat hadden we binnen een week voor elkaar,’ vertelt hij. ‘Een grote fanclub die meteen meedeed.’ Het geld was bedoeld om er een feest- en pannenkoekenlocatie bij te bouwen. En toen, in het begin van het jaar, kwam corona. ‘Alles ging op nul.’ De school stopte, de horeca stopte, de winkelomzet zakte naar dertig procent. Het geld dat hij had opgehaald, kon hij niet meer gebruiken zoals bedoeld. ‘Mijn hart zei: die mensen hebben net geïnvesteerd, en nu moet ik afscheid gaan nemen. Ze hebben nog niks gehad.’ Het scharnier kwam toen hij ophield met overeind houden wat niet meer te redden was. Hij liquideerde bedrijven, nam afscheid van grote klanten en koos voor het kleine, zichtbare vak.

Wat het kostte

De zwaarste prijs stond niet in een jaarrekening. Een relatie van twintig jaar liep stuk in de jaren dat het bedrijf alles van hem vroeg. En er was de stille vernedering van het publiekelijk beschuldigd worden. ‘Er werd gesuggereerd door juristen van de tegenpartij dat ik geld had weggesluisd,’ zegt hij. ‘Ik heb niks weggesluisd.’ Toen de cijfers eenmaal op tafel lagen, bleek er niets aan de hand. Maar de hardste les trok hij uit zijn eigen gedrag. ‘De afgelopen periode verdient geen schoonheidsprijs. Ik ben het gezicht, en ik heb het een ander laten oplossen.’ Met de crowdfunders sloot hij een regeling: 85 procent ging akkoord, de laatste groep betaalde hij vijf jaar later alsnog terug. ‘De grootste les die ik geleerd heb: communiceer met de mensen. Meteen bellen, afspreken.’

Vandaag werkt Van Beckhoven naar eigen zeggen harder dan ooit. ‘Ik geloof niet dat ik ooit zo hard heb gewerkt als nu,’ zegt hij, en hij voegt er lachend aan toe: ‘Maar wat is werken? Dat moeten ze mij ook nog eens uitleggen.’ Hij heeft radicaal gesnoeid. ‘Ik heb alle bedrijven weggedaan. Ik heb er nog maar twee: de bakkerij en de academie.’ De uitgeverij, de webshop, de horeca, allemaal weg. Wat overbleef is een open bakkerij waar de klant achter een lange glaswand ziet hoe alles met de hand wordt gemaakt, en een klein winkeltje, bewust klein. ‘Als ik een grote zaal moet vullen, moet ik inkopen en ligt het te lang. Een klein winkeltje heeft een hoge omloopsnelheid. Vers is bij ons het credo.’ Het is dezelfde filosofie als zijn brood. ‘Als ik heel rijk wil worden, zet ik een machine aan en pers ik er duizend broden uit. Daar heb ik geen zin in.’ Tekenend: midden in de zwaarste periode haalde hij op zijn vierenzestigste zijn derde meestertitel, die van ijsbereider, een belofte van 25 jaar oud. Gevraagd te kiezen tussen meestertitel of miljoenenbedrijf, hoefde hij niet te twijfelen. ‘De meestertitels. Dat is toch mijn trots.’

Drie tips van Robèrt

Een dag is geen acht uur. ‘Ik vind een dag is 24 uur. Als ondernemer kun je niet om vijf uur zeggen: ik stop ermee.’

Doe het niet alleen en deel. ‘Verzamel een groep mensen om je heen. Een collega die je niet helpt, is geen collega.’ Of zoals Marcel Boekhoorn hem voorhield: ‘Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen.’

Geniet. ‘Geniet van lekker eten, van je vrienden, van je werk. En waar je een hekel aan hebt, schakel dat uit.’

Eén harde les

‘Dat ze maar iets roepen en je kunt je eigenlijk niet verdedigen.’

De vraag aan jou

Toen alles tegelijk instortte, koos Robèrt niet voor groter maar voor kleiner: hij deed alle bedrijven weg op twee na. Welk moment dwong jou tot een keuze, en durfde jij toen iets weg te snijden in plaats van er iets bij te bouwen?

Meer afleveringen →