Kijk, luister en lees
Robert ten Brink bij Doorzetters
Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.
Boek 2 · Bouwen vanuit niets
Robert ten Brink: De man die altijd wist dat het ooit ophoudt
Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
‘Ik ben eigenlijk altijd bezig geweest met de gedachte dat het een keer ophoudt.’
Over een publieke vernedering, een bruine kroeg en het gevaar van je eigen mythe geloven.
‘Als ik sneuvel, dan liever bij Heuvel.’ Zo vat Robert ten Brink, al decennia het gezicht van de liefde op de Nederlandse televisie, zijn tweede leven samen. De man die miljoenen ontroerde met All You Need Is Love en de spanning tot het kookpunt dreef in Weekend Miljonairs, kocht in 2019 met zijn vriend Max het iconische Café Heuvel aan de Prinsengracht. Het café zit diep in de familie: zijn vrouw Roos woonde er als kind boven, zijn schoonmoeder veertig jaar op drie hoog. Toen de laatste Heuvel ermee wilde stoppen, werd het hem gegund, op voorwaarde dat er geen Nutellawinkel van zou worden.
Hoe het loopt, zegt hij zonder omhaal: ‘Het gaat fantastisch. Echt, het gaat zo goed.’ En de cijfers durft hij te noemen. ‘Vorig jaar 1,3 miljoen, voor een oppervlakte van vijfendertig. Het is de hoogste bieromzet per vierkante meter van Nederland.’ Het is een oude, bruine kroeg waar ze bier, kaas en worst verkopen, met tegenwoordig opvallend goede wijn, want de meeste kroegen, vindt hij, schenken onbegrijpelijk slechte wijn.
Het kantelmoment
Het kantelmoment was geen triomf maar een vernedering. Een jaar of vijftien geleden was er een moment waarop hij dacht: nu stopt mijn carrière. ‘Iedereen kijkt je dan heel meewarig aan, van: ja, Robert, je zult toch moeten begrijpen.’ Het contract werd minder, er moest toch wat verdiend worden, en zo deed hij een programma waarvan hij zich nog altijd afvraagt waarom hij het van zichzelf moest doen. ‘De absolute vernedering, dat is geweest. Dat programma heette BN’ers in het Park.’ Casco units op opgekochte vakantieparken, volgesponsord, waar hij langs een plastic deurtje de badkamer moest aanprijzen. ‘Waarom moet ik dit van mezelf? Waarom doe ik dit nog?’ In zulke momenten, zegt hij, denk je: moet ik niet gewoon een drogisterij beginnen? Het antwoord op waarom hij toch doorging, is ontwapenend simpel: ‘Om toch erbij te willen blijven.’
Wat het kostte
Wat het overnemen van de kroeg kostte, bleek meteen. Corona kwam vlak na de aankoop, en ze konden direct dicht. De zeven overgenomen personeelsleden bleef hij gewoon doorbetalen. ‘Het was zo’n soort trechter waar je die bedragen in stort. En maar doorstorten.’ Dat hij dat kon volhouden, relativeert hij nuchter: ‘Max en ik hoeven er niet van te leven, en als dat had gemoeten, dan waren we al lang pleite geweest.’ En waarom hij het überhaupt aanging? ‘Ik heb verder geen hobby’s, dus je moet toch wat.’ Een ander soort prijs betaalde hij in zijn televisietijd. Het moeilijkste telefoongesprek uit zijn loopbaan was de avond dat hij van SBS naar RTL overstapte en Eric van Stade, de toenmalige baas van SBS, moest bellen, die net aan een etentje zat. ‘Dat was gewoon zo’n ongelooflijk kutgesprek. Die had dat ook niet zien aankomen. Die was niet blij.’ En de schaduwkant raakte ook zijn gezin: een van zijn kinderen werd op het schoolplein belaagd door een cameraploeg die eiste dat haar vader geld zou overmaken naar zielige kinderen. ‘Dan sta je daar als kind op het schoolplein. Dat is gruwelijk.’
Hij is nu precies op de plek waar veel collega’s juist stranden: bij het besef dat het ophoudt. ‘Ik ben eigenlijk altijd bezig geweest met de gedachte dat het een keer ophoudt,’ zegt hij, inmiddels zeventig. Hij ziet hoe presentatoren en topvoetballers door hun managers de hemel in worden geprezen tot ze zich niet meer kunnen voorstellen dat het ooit stopt. Zelf koestert hij juist de twijfel. ‘Die onzekerheid moet je hebben. Alle mensen die vanaf het begin al zeiden: wauw, wat ben ik te gek, die zijn heel snel klaar.’ Hij kent zijn grenzen ook: een talkshow is hem vaak aangeraden, maar ‘dat kan ik helemaal niet, dat wil ik ook helemaal niet.’ Zijn anker is zijn vrouw Roos, met wie hij ruim vijfenveertig jaar samen is en altijd heeft samengewerkt; zij is een verlengstuk van de redactie en weet precies hoe hij erin staat. Want het grootste gevaar kent hij van dichtbij: ‘Zodra je in je eigen ego, in je eigen mythe gaat geloven, dan word je een naar mens.’ Als hij twee weken weg is geweest en thuiskomt als het prinsje, is er meteen gehakketak, en loopt hij voor hij het weet met de vuilniszak buiten. Het succes van All You Need Is Love verklaart hij uit één ding: ‘Het is en blijft allemaal echt. Wij draaien het maar één keer.’ Het programma ontstond in een nacht, in vier uur in elkaar gezet, en sloeg bij het allereerste filmpje al aan. Weekend Miljonairs was van een heel andere orde: ‘Je kan de boel manipuleren, het is een spelletje. Het is me één keer gelukt om iemand zijn eigen naam te laten vergeten.’ Empathie hoeft hij niet aan te zetten, zegt hij, maar het is niet grenzeloos: ‘Ik merk dat ik heel erg van mensen hou. Maar ik kan het ook heel goed relativeren.’ En zijn grondslag ligt in Amsterdam West, waar ze met acht gezinnen op een trap woonden. ‘Wij wisten alles van elkaar, je liep bij elkaar in en uit.’ Dat normale, zegt hij, is precies wat hem altijd is bijgebleven.
Drie tips van Robert
Blijf bij jezelf. ‘Probeer bij jezelf te blijven, ga op je gevoel af. Maar daar moet je wel een antenne voor hebben.’
Ken jezelf. ‘Ga niet buiten je kunnen om. Schoenmaker, blijf bij je leest. En beleg niet in Ahold.’
Durf te springen. ‘Durf wel in het diepe te springen als je denkt dat het nodig is. Just do it.’
Eén harde les
‘Zodra je in je eigen ego, in je eigen mythe gaat geloven, dan word je een naar mens.’
De vraag aan jou
Durf jij, op je hoogtepunt, al onder ogen te zien dat het ooit ophoudt, en wat bouw je dan nu vast voor daarna?