Kijk, luister en lees
Rafael van der Vaart bij Doorzetters
Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.
Boek 2 · Het kantelmoment
Rafael van der Vaart: Wat moet je dan, als het mooiste voorbij is?
Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
‘Ik heb nooit verder gedacht dan mijn neus lang was.’
Over stoppen, opnieuw beginnen en het geheim van geen plan hebben.
‘Als jij niet meer kan voetballen, ja, wat moet je dan?’ Het is de vraag waarmee Rafael van der Vaart zijn tweede leven opent. Het antwoord werd padel. ‘Ik heb er een hekel aan om naar de gym te gaan of doelloos rond te rennen,’ zegt hij. ‘Dit kan ik uren doen.’ Hij speelt het met een slechte enkel, hij dubbelt, en hij rijdt na twee uur regelrecht naar de McDonald’s, want, lacht hij, ‘dan denk ik: nou, ik heb McDonald’s wel weer verdiend.’
Daarvoor was er een loopbaan die hem langs Ajax, Hamburger SV, Real Madrid en Tottenham Hotspur voerde, met meer dan honderd interlands voor Oranje. Het was, in zijn eigen woorden, ‘echt een droomreis’. Maar als hij erop terugkijkt, ontmythologiseert hij de topsport meteen. ‘Het lijkt gezond, maar dat is het natuurlijk niet,’ zegt hij. ‘Wij zitten naar het beeldscherm te kijken en dan zie je ze rennen, maar het is gewoon een aanslag op je lichaam. En dat merk je pas als je gestopt bent.’ Tot je dertigste gaat alles goed, daarna doet alles pijn, zelfs het uit bed komen, en heb je na een wedstrijd drie, vier dagen nodig.
Hij kent ook de andere kant van het stadion. ‘Ik heb ook een heel slechte periode bij Ajax gehad. Dan word je bij elk balverlies uitgefloten en voel je je echt zó klein,’ zegt hij. ‘Want je weet: je familie zit erbij. Ik was blij dat we uit speelden.’ Zelfs succes verzekert je niet van rust. ‘Ik scoorde bij Real Madrid op een gegeven moment een hattrick, en bij de bal die ik daarna verloor, werd ik toch nog uitgefloten.’ Het is werk, zegt hij, en zo moet je het ook blijven zien: ‘Je mag voetballen. Je krijgt er heel goed voor betaald.’
Het kantelmoment
Het einde kwam niet op een veld, maar aan de telefoon. ‘Het moeilijkste moment was eigenlijk mijn vader moeten bellen dat ik ging stoppen,’ zegt Van der Vaart. ‘Dat was het moment dat ik dacht: poeh, nu is het echt voorbij.’ De band met zijn vader was jarenlang opgebouwd in de auto en over het spel. ‘Altijd heel kritisch, en dat was goed,’ zegt hij over hem. Dat hij in Denemarken op een laag niveau eindigde, maakte het bellen niet makkelijker. En hij ging regelrecht tegen het gangbare advies in. ‘Mensen zeggen je moet op je hoogtepunt stoppen. Nou, dat vind ik echt de grootste onzin die er is,’ zegt hij. ‘Je moet gewoon, omdat het zo leuk is, zo lang mogelijk doorgaan. Het maakt helemaal niet uit of je bij de amateurs speelt of wat dan ook.’
Wat het kostte
De rekening kwam op twee plekken binnen: in het lichaam en op de bankrekening. Het lichaam betaalde de prijs die hij zelf al schetst. Het geld viel in een blinde vlek die hij volkomen openlijk benoemt. ‘Ik ben er nooit mee bezig geweest. Nog steeds niet,’ zegt hij. ‘Ik doe alleen maar dingen die ik leuk vind en mensen regelen dat voor mij. En zolang ik hoor dat het goed gaat…’ Hij weet ook hoe vaak juist dat misgaat bij collega’s.
En dan is er de stilte die valt na de roem. ‘Vroeger als ik belde, nam iedereen meteen op,’ zegt hij, ‘en nu moet je drie, vier keer bellen.’ Hij heeft daar zijn eigen oplossing voor gevonden, want hij ging er niet aan onderdoor. Tegenslagen wilde hij sowieso altijd zelf dragen. ‘Ik wil dat zelf oplossen. Ik ben niet van de mental coaches,’ zegt hij. ‘Ik vond echt dat je er zelf doorheen moet. Daar leer je gewoon het meest van.’ En wegduiken deed hij nooit. ‘Als voetballer kan je je heel makkelijk verstoppen. En dat deed ik dan niet. Dan zag het er heel slecht uit, je verloor elke bal, maar ik ging toch met een goed gevoel naar huis.’
Tegenwoordig is hij analist bij de NOS en bij Ziggo, en moest hij leren oude maatjes openlijk te beoordelen. ‘In het begin moest ik bijvoorbeeld Wesley analyseren,’ zegt hij over Sneijder, met wie hij als enige nog echt contact heeft. Het went. Daarbuiten is hij padelinvesteerder en speler, en woont hij in Boekarest, waar Estavana handbalt bij Rapid. ‘Het is superleuk wonen daar,’ zegt hij. ‘Ik vind dat sowieso leuk, nieuwe culturen.’ Vooral koestert hij de luwte. ‘Ik vind het heerlijk, een wat anoniemer leven.’ Hij heeft geen e-mail en geen laptop, ‘vind ik allemaal gedoe’, en zijn socials stuurt hij hooguit door.
Wat hij niet kwijt is, is het gevoel van scoren. ‘Ik hou van mezelf. Ik ben zeer tevreden met mezelf,’ zegt hij. ‘Maar dan geil je echt op jezelf. Dat gevoel is met niks anders te beschrijven, en het maakt niet uit of het de winnende is of dat je verliest.’ Onlangs verscheen zijn boek, over zijn leven, ‘gewoon een positief boek’. Zijn kompas wijst altijd naar nu. ‘Ik ben een extreem vandaag-mens en morgen vind ik al ver weg. Ik heb nooit verder gedacht dan mijn neus lang was.’
Drie tips van Rafael
Schijt aan alles. ‘Als je voetbalt, moet je echt schijt aan alles hebben. Niet altijd naar de trainer luisteren.’
Vertrouw op je gevoel. ‘Op gevoel ook dingen doen. Je eerste gedachte is vaak de beste.’
Het moet leuk blijven. ‘Het moet wel leuk zijn. Uiteindelijk moet je gewoon genieten van wat je doet. Het is allemaal geen hogere wiskunde.’
Eén harde les
‘Ik ben een beetje te goedgelovig, zo ben ik nou eenmaal. We hebben ook heel veel geld verloren.’
De vraag aan jou
Wat wordt jouw tweede act, en durf je daaraan te beginnen voordat de eerste echt voorbij is?