Kijk, luister en lees
Leo Alkemade bij Doorzetters
Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.
Boek 2 · Tegen de stroom in
Leo Alkemade: Niemand zag het zitten, behalve hij
Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
‘Ik kan wel gaan zitten wachten, maar je kan het ook zelf gaan creëren.’
Van geen enkele voldoende op zijn rapport naar een eigen film in de bioscoop.
‘Altijd de klos, altijd vervelend, altijd eruit, altijd geschorst.’ Zo vat Leo Alkemade zijn middelbare schooltijd samen. ‘Ik had rapporten waar geen enkele voldoende op stond en dat interesseerde me ook helemaal geen fluit.’ Zijn decaan stuurde hem, uit pure wanhoop, naar de landmacht in plaats van de toneelacademie, voor de discipline. Vervolgens werd hij voor diezelfde landmacht afgekeurd, om zijn ogen. Dat het moeilijkste moment in zijn carrière daar al lag, weet hij nog precies: die decaan neemt hij het nog altijd kwalijk. Tien jaar later kwam hij de man tegen, en die zei doodleuk: ‘Leo, jij hebt het goed gedaan, hè? Ik heb het altijd al gezien.’
Er was eerst niets. Dus ging Leo werken in een leerfabriek in Loon op Zand, de hele dag met zijn handen in de ammoniak, en stond hij ‘s avonds klassiek ballet te doen als vooropleiding. Houterig als wat, naar eigen zeggen, en met een gebroken elleboog van het wielrennen. Tot een docente hem zag dansen en hem uitnodigde voor een auditie bij een kleinkunstopleiding die zij begon. ’Die heeft iets bij mij gezien wat ik zelf nog niet zag’, zegt hij over haar, nog altijd dankbaar. Via die omweg belandde hij op de Koningstheateracademie in Den Bosch en werd hij acteur, cabaretier, schrijver, zanger en producent ineen.
Het kantelmoment
Het echte kantelmoment was niet de toelating, maar het besluit om niet te wachten. Toen hij van de theaterschool kwam, gingen veel klasgenoten bij de telefoon zitten tot een castingbureau of een producent zou bellen. Leo niet. ‘Ik kan wel gaan zitten wachten, maar je kan het ook zelf gaan creëren’, zegt hij, en dat werd zijn manier van werken. Hij ziet zichzelf nadrukkelijk als ondernemer: ‘Je moet dus financiële risico’s lopen om creatief te kunnen doen wat je wil.’ Hij verhuisde naar Amsterdam omdat het daar gebeurde, ging snel weer terug naar Brabant toen het daar juist niet gebeurde, en bleef vooral zelf dingen maken. Niet omdat hij ergens de allerbeste in is, geeft hij eerlijk toe, maar omdat hij zichzelf wil blijven uitdagen en een korte spanningsboog heeft.
Wat het kostte
De prijs werd op meerdere plekken betaald. Eerst was er het cabaretduo Alkemade en Bloemen, vijf programma’s samen, een gedeeld inkomen en twee beginnende gezinnen. Toch moest het uit, en dat voelde als een verkering uitmaken, iets waar hij heel lang mee geworsteld heeft. Daarna kwam de film Champagne, een eerbetoon aan zijn vader. Tien jaar liep hij ermee te leuren. Het filmfonds wees het meerdere keren af omdat het te particulier zou zijn, en producenten zeiden hem: ‘Leo, dit gaat over jou en jouw vader. Dat is voor jou en je vader leuk, maar dat is voor de rest van Nederland niet leuk.’ Terwijl hij steeds dacht: iedereen heeft een vader, dit komt van binnenuit, het is een echt verhaal. De zwaarste prijs was persoonlijk. Zijn vader, met wie hij graag champagne dronk, soms al rond half elf ‘s ochtends, kreeg een hersentumor. Toen Leo hem op wilde halen voor een laatste reis naar de champagnestreek, zei zijn vader: ’Ga maar alleen, want ik ben te zwak.’ Vijf weken later, op 8 april, Leo’s eigen verjaardag, overleed hij. Leo ging alleen, en schreef aan een bureautje in de hotelkamer de eerste versie van het script, in dezelfde kamer waar hij later met Huub Stapel als zijn vader zou filmen.
Inmiddels staat de film er. Champagne gaat op 16 maart in première en draait vanaf 18 maart. Het laatste financiële gat, drie ton op een budget van iets meer dan een miljoen, werd gedicht door vriend en ondernemer Mark van Deurzen, die erin geloofde. Voor de rol van zijn vader vroeg Leo Huub Stapel, een acteur die normaal niet komt auditeren, maar die ditmaal zei: ‘Ik kom eigenlijk niet zo snel ergens op auditie, maar ik vond het script zo mooi dat ik dit heel graag wil doen.’ Tegelijk schrijft Leo aan een zevende seizoen Sluipschutters, het programma dat hij met vier makers bouwt en dat niet meer vanzelf gaat nu ieders agenda vol zit. Zijn volgende stap is een eigen productiehuis, voor onafhankelijkheid en om de rechten op zijn werk zelf te houden. Social media doet hij met tegenzin: Instagram is het enige wat hij heeft, ‘wat ik eigenlijk liever niet zou hebben. Maar ik kan er ook niet zonder’, omdat hij zijn plaat en zijn film moet promoten. En de cirkel van vaders en zonen draait door. Hij fietste met zijn zoon de Mont Ventoux op, schreef daar ‘Kom maar bij je vader in het wiel’, met de regel dat een vader zijn kinderen uit de wind zet, en schreef inmiddels deel twee, omdat zijn zoon van zeventien hem er nu juist uitfietst.
Drie tips van Leo
Zorg dat het ergens over gaat. ‘Zorg dat het voor jezelf belangrijk is wat je vertelt.’
Laat je niet wegpesten. ‘De aanhouder wint. Dus als je ergens in gelooft, dan moet je er ook achter blijven staan.’
Kies wat je gelukkig maakt. ‘Als je ergens gelukkig van wordt, dan maakt het ook niet zoveel meer uit wat het je uiteindelijk brengt.’
Eén harde les
‘Ik denk dat ik zoveel doe omdat ik nooit echt ergens het aller-allerbeste in zal zijn.’
De vraag aan jou
Welk idee blijf jij verdedigen, ook nadat anderen het een paar keer hebben afgewezen omdat het ‘te persoonlijk’ of ‘te particulier’ zou zijn?