Joop van den Ende bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

Joop van den Ende: Het bedrijf groeide harder dan de man die het bouwde

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 7 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Ik ging programma’s maken die eigenlijk niet meer in mijn hart zaten en ging mee in de verruwing van de televisie.’

Over een belastingschuld van een half miljoen, een burn-out op het hoogtepunt en de programma’s waar hij niet achter stond.

Ze stonden in 1989 met zijn drieën in een straat in Milaan: Van den Ende, de voorzitter van de TROS en een mediaspecialist. Hier zou het hoofdkantoor zitten van het bedrijf dat de zendvergunning bezat voor TV10, de commerciële zender die hij in Nederland wilde beginnen. Ze keken naar een woonhuis met een antenne op het dak. ‘Toen haalde de mediaspecialist een naamplaatje uit zijn zak en bevestigde het met een plakbandje op de deur,’ zegt hij. ‘Dat was het hoofdkantoor. Ik was in paniek.’

Binnen een week regelde hij in Luxemburg eenzelfde constructie als concurrent RTL-Véronique had. Het hielp niet. Eind september 1989 wees het Commissariaat voor de Media, onder voorzitter Aart Geurtsen, TV10 alsnog af: een Nederlandse onderneming in een buitenlands jasje. RTL mocht als buitenlandse onderneming in een Nederlandse jas wel de kabel op. Van den Ende had een stapel afgemaakte programma’s en de grootste sterren van het land onder contract, en niets om het op uit te zenden. Ruim dertig jaar later is dat nog altijd zijn antwoord op de vraag naar het moeilijkste moment. ‘Als je mij prikt in narigheid, dan is het TV10.’

Zijn eigen geestdrift had hem eerder de afgrond in gereden. In 1975 produceerde hij *Cyrano de Bergerac*, met Guus Hermus in de titelrol en Ko van Dijk als regisseur. Er stonden uiteindelijk vierenveertig acteurs op het toneel, veel te veel voor een productie zonder subsidie. Zijn schuld liep op tot ongeveer 900.000 gulden, waarvan een half miljoen bij de fiscus, want hij was zijn afdrachten simpelweg niet meer gaan betalen. Minister Van Doorn, oud-voorzitter van de KRO, gaf hem alsnog 400.000 gulden subsidie. Voor de rest ging hij zelf naar de belastinginspecteur, met een argument dat niemand zag aankomen: hij was op zijn vijftiende gaan werken en had nooit gestudeerd. ‘Ik vind dat ik recht heb op een beetje subsidie. Laat dit nou mijn studiefinanciering zijn, maar ik betaal het terug.’ Hij kreeg tien jaar, rentevrij. Hij loste in drie jaar af.

Dat patroon bleef. ‘Er zijn allemaal rekenmeesters om je heen die zeggen: moet je niet doen,’ zegt hij. ‘En dat geeft mij juist het gevoel: ik moet het wel doen.’ In 1994 fuseerde hij met zijn grootste concurrent, John de Mol, dertien jaar jonger. Om ruzie voor te zijn spraken ze één ding af: zijn bedrijf in Aalsmeer bleef van hem, Hilversum van De Mol. ‘Dat blijft jouw bedrijf en jij geeft leiding.’ Verder alles samen, fiftyfifty. Endemol werd de grootste onafhankelijke televisieproducent van Europa en ging in 1996 naar de beurs.

Het kantelmoment

Toen kwam de rekening, en die kwam op het hoogtepunt. Op een terras in Cannes knapte er iets; twee dagen later vloog hij terug naar Nederland. In 1998 was hij op. ‘Ik was kapot. Ik kon niet meer.’ Wat hij daarna deed, lag voor hem allerminst voor de hand. Hij ging in therapie, en hij is eerlijk over hoe hij daar tot dat moment naar keek: ‘Ik vond therapie, dan ben je toch een beetje loser.’ Hij kreeg een professor in Amsterdam als behandelaar en die begon niet bij het bedrijf, maar bij zijn vader, die overleed toen Van den Ende nog geen twintig was. Zijn moeder stierf een paar jaar later. Vier jaar lang ging hij wekelijks. Hij liep opnieuw door de Indische Buurt in Amsterdam-Oost, waar hij opgroeide in wat hij zelf nette armoede noemt. ‘Ik weet niet meer hoe de stem van mijn moeder klonk,’ zegt hij. ‘Ik weet niks meer.’ De man die zijn leven lang vooruit had gekeken, moest voor het eerst achteruit kijken om verder te kunnen.

Wat het kostte

Het herstel duurde ongeveer een half jaar. ‘Dan ben je een soort zombie, verdoofd,’ zegt hij over de eerste dagen. Lichamelijk was hij leeg, maar het zwaarst was het mentale deel. De beursnotering had er een last die hij op zijn schouders voelde bij gelegd. Endemol heette in de kranten het pretaandeel; in de taxi kreeg hij te horen dat Henny Huisman griep had en dat de koers dus wel zou zakken. ‘Al die mensen hadden geld in jou gestoken. Dat is een enorme verantwoordelijkheid.’

De prijs zat ook in het werk zelf. Om de groei bij te houden maakte hij programma’s waar hij niet achter stond, onder meer een format waarin stellen in verleiding werden gebracht elkaar te bedriegen en daarna in de studio met elkaar werden geconfronteerd. Het werd een groot succes. Zijn eigen oordeel: ‘Nee, het is verschrikkelijk.’ En het programma dat Endemol wereldberoemd maakte, was er een waar hij ook niets mee had. Over *Big Brother*, het idee van De Mol waar hij zich samen met hem persoonlijk garant voor stelde toen Veronica het niet kon betalen, zegt hij: ‘Ik zeg niet dat het een slecht programma is. Het is alleen niet mijn soort programma.’ Dat werd hem kwalijk genomen. Toen hij jaren later in Italië een persconferentie gaf voor een theaterproductie, ging het alleen over *Big Brother*.

Wat hem in persoonlijke relaties het meest in de weg zat, benoemt hij heel direct: ‘Mijn energie, mijn drang naar groter, naar meer.’ En meteen erachteraan: ‘Ik wilde niet meer geld verdienen. Ik wilde meer succes.’ Verkopen deed hij nooit uit geldzucht. In 2000 ging Endemol voor 5,5 miljard euro naar Telefónica en verliet hij de directie; hij had een jaar nodig om daaroverheen te komen. Stage Entertainment, dat hij in 1998 begon, groeide naar acht landen en ruim drieduizend mensen; in 2015 ging de meerderheid naar investeerder CVC, in 2018 de rest naar het Amerikaanse Advance. ‘Ik heb steeds moeten verkopen omdat ik te oud werd, te moe.’ Landendirecteuren stonden te huilen.

Hij is nu vierentachtig en werkt nog iedere dag. Met zijn vrouw Janine richtte hij in 2001 de VandenEnde Foundation op, die inmiddels ruim 221 miljoen euro heeft uitgekeerd en meer dan zevenhonderdvijftig jonge talenten een studiebeurs heeft gegeven. Hij is commissaris bij MediaLane, het productiebedrijf van zijn dochter Iris, en zette in 2025 paginagrote advertenties in de krant om de Nederlandse publieke media te beschermen. En hij, zwaar dyslectisch en niet in staat een toespraak van papier voor te lezen, spreekt zijn teksten nu in bij een AI-programma. Ruim honderd gedichten inmiddels, plus een dagboek over ouder worden. ‘Mijn grootste angst is dat ik niet meer bij de wereld hoor.’

Drie tips van Joop

Begin niets waar je geen verstand van hebt. ‘Je moet verstand hebben van je business. Als je dat niet hebt, begin er niet aan.’

Hou van je product en van je mensen. ‘Houd van wat je maakt, houden van de mensen waar je mee werkt, hou van je klanten. Je moet erin geloven.’

Maak iets wat er nog niet is. ‘Probeer iets te maken wat er nog niet is. Je moet iets ontwikkelen wat bijzonder is. Anders moet je er niet aan beginnen.’

Eén harde les

‘Ik ben vaak in de problemen gekomen omdat ik ondoordacht ergens ingestapt ben.’

De vraag aan jou

Welk deel van je werk doe jij inmiddels vooral omdat het groei oplevert, en niet meer omdat je er zelf achter staat?

Meer afleveringen →