Herman Hintzen bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

Herman Hintzen: Hij had vrede met zijn dood, tot hij bleef leven

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 6 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Ik had een soort reis geboekt voor mezelf, in gedachten, naar de eeuwige rust. En die reis kwam niet.’

Over een telefoontje midden in een vergadering, een ziekenhuis dat hem opgaf en een rekening die pas kwam nadat hij het had overleefd.

Eind september 2018, op de Spuistraat in Amsterdam. Herman Hintzen zat in een call met zijn zakenpartners toen er telkens een onbekend nummer tussendoor kwam. ‘Ik dacht: irritant, iemand die maar blijft bellen. Ik zit toch in een call, dus ik neem niet op.’ Toch excuseerde hij zich. Aan de lijn was de huisarts die hij de dag ervoor voor het eerst had ontmoet. ‘Ik heb slecht nieuws. Je hebt acute leukemie. Je moet nu naar het ziekenhuis.’ Hintzen stelde één vraag: ga ik daar dood aan? Vermoedelijk wel, zei de arts. Hij ging terug naar de call, meldde het daar en stapte op zijn step. Door een prachtige herfstdag reed hij naar huis. ‘Dit is mijn laatste rit.’

Hij was tweeënvijftig en ondernam al dertig jaar. Hintzen studeerde werktuigbouwkunde in Delft en begon, terwijl zijn studievrienden bij grote bedrijven aanschoven, met drie man op een zolderverdieping aan Arpa Systems, software voor de bouwwereld. ‘Het was echt heel raar. Iedereen: wat ga jij nou doen?’ Het bedrijf groeide naar veertig mensen en werd verkocht. Daarna richtte hij met Coen van Duiven henQ op, in 2004, een van de eerste echte durfkapitaalfondsen van Nederland. In Mendix stopten ze de eerste tonnen; in 2018 werd dat bedrijf aan Siemens verkocht. ‘Als wij niet 250.000 euro op tafel legden, dan was het soms gewoon het einde van het plan.’

Wie hij toen was, vat hij zelf samen. ‘Ik rende altijd rond en ik stond gewoon twintig uur per dag aan.’ Dat stopte in één klap. ‘Ik ben in één seconde gewoon weggevaagd uit mijn eigen business.’ Zakelijk viel het mee, want er stond een volgende generatie klaar. Medisch begon een wasstraat aan chemokuren. ‘Dat was zo’n standaardbehandeling die voor tachtig procent min of meer werkt, waarbij je dan nog steeds maar vijftig procent overlevingskans hebt.’ Hij bleek niet in die tachtig procent te zitten. Toen ze daarachter kwamen, was hij al kaal en verzwakt, en volgens het ziekenhuis uitbehandeld. ‘Toen was het eigenlijk weer nul procent.’

Het kantelmoment

Uitbehandeld is een oordeel van artsen, geen instructie aan de patiënt. Hintzen mailde zijn hele netwerk rond en schreef een blog die goed gelezen werd, met lezers die meeleefden en tips stuurden. Te moe om dat zelf te doen, liet hij vrienden de mailinglijst en een spreadsheet met alle binnenkomende tips beheren. Via via kwam hij zo bij een arts in Houston die meer wist van zijn specifieke variant en die hielp een behandelprogramma op te stellen. Dat programma moest hij vervolgens verkopen in zijn eigen ziekenhuis, het AMC in Amsterdam-Zuidoost, terwijl hij doodziek in bed lag. Hij had contact met alle hematologen van Nederland, behalve met die van zijn eigen ziekenhuis. ‘Als je een zwaar zakelijk gesprek ingaat en je hebt goed geslapen en je voelt je prima, dan is dat iets anders dan in dit geval praten voor je leven.’ Uiteindelijk werd er een poldermix gemaakt van alle voorgestelde oplossingen. ‘Dat allemaal in mijn lichaam ingespoten. Ik had er zelf niet zoveel vertrouwen in, maar het heeft wel gewerkt.’

Wat het kostte

Toen de leukemie onder controle was, volgde in het voorjaar van 2019 een stamceltransplantatie, met zijn broer als donor. ‘Dat is echt een soort gruwelijk proces waarbij al je bloed wordt doodgemaakt.’ Dat gebeurt met een berg chemo en volledige bestraling. Daarna komt er een klein zakje nieuw bloed binnen, ‘een beetje zoals wanneer je vroeger een goudvis ging kopen’. ‘Eerst destructie, en dan op die verschroeide aarde wordt dat nieuwe bloed erin gegoten en dan ga je zitten wachten.’ Het sloeg aan. Wat hij eraan overhield, is blijvend: geen functionerend immuunsysteem, een middagslaapje dat moet, en dagen dat het gewoon niet gaat. ‘Je bent nooit meer honderd procent hersteld.’

De vreemdste rekening kwam mentaal. Vanaf dat allereerste doodsbericht had hij vrede gesloten met het einde. Prachtig leven, tweeënvijftig jaar, mooi gezin, mooi bedrijf, dit was het dan. Die rust hield hem overeind, maar kende een keerzijde. ‘Ik had het misschien zelfs een beetje verheerlijkt. Toen ik uiteindelijk niet doodging en ik in een heel gemankeerd lichaam terugkwam, was dat eigenlijk bijna een soort teleurstelling.’ Hij kon niet lopen, niet langer dan een halfuur met mensen praten, geen geluid verdragen. Voor iemand die zijn identiteit uit zijn agenda haalde, was dat een tweede diagnose. ‘Mijn werk was mijn identiteit.’ Hij oefende op een nieuw antwoord op de vraag wat hij deed: helemaal niets. Zo werd hij zeroïst, zijn eigen woord voor het jezelf niet langer achter de broek zitten. ‘Het kostte me echt moeite om dat uit mijn strot te krijgen.’

Het zwaarst waren de gesprekken thuis. Hintzen heeft een samengesteld gezin van zes kinderen, en hij belde ze allemaal zelf, meteen vanuit het ziekenhuis. Die eerste avond praatte hij zich vrij om nog één keer naar huis te mogen en verzamelde hij ze om zich heen in Amsterdam. Later zei hij: ik snap dat dit bedreigend en verdrietig is, maar laten we één ding afspreken. ‘Dat ik eerder doodga dan jij. Ik wil dat niet in omgekeerde volgorde.’ Liever alleen niet nu.

Vandaag woont hij in Camps Bay bij Kaapstad, met de Europese zomers in Italië. Bij henQ is hij uitgefaseerd: een paar vingers in het derde fonds, een pink in het vierde, en bij het vijfde is hij gewoon klant. Terug in de techwereld wilde hij niet. Samen met een Engelsman die er al twintig jaar zat, begon hij een bedrijf dat vrouwen in townships helpt pepers te telen, die tot saus worden verwerkt. Er werken nu veertig mensen in de productie en zo’n zestig telers. Over zijn ziekte schreef hij het boek *De dood als bondgenoot*, dat in 2025 verscheen. De dood zelf maakte hij tot een groot blauw knuffelbeest in de hoek van de kamer, waarmee hij in gedachten gesprekken voerde. ‘Zit hier een gelukkig mens? Zeker.’

Drie tips van Herman

Zet ergernis om in energie. ‘Als je voelt dat je je ergens aan het ergeren bent, ben je energie aan het besteden met klagen. Steek die energie dan in de oplossing van het probleem, of in een leuke work-around.’

Wees zo aardig voor jezelf als voor je mensen. ‘Ik had een coach die zei: waarom ben jij zoveel vriendelijker tegen je medewerkers dan tegen jezelf? Zorg goed voor je eigen lichaam waarin je moet leven. Luister daarnaar.’

Ga waar het nog moet gebeuren. ‘Kom naar Zuid-Afrika en ga daar ondernemen. Er zijn zoveel mensen die kunnen werken en dat ook willen, maar er is gewoon echt te weinig geld en te weinig ondernemerschap daar.’

Eén harde les

‘Dat echte zeroïsme, het bereiken van het echt niks doen, daar ben ik niet goed in.’

De vraag aan jou

Als iemand je morgen vraagt wie je bent en je mag je werk niet noemen, wat blijft er dan over van je antwoord?

Meer afleveringen →