Frans Duijts bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

Frans Duijts: Eerst de fundering, dan het muurtje

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 5 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Ik ben eigenlijk een zingende ondernemer, dus voor mij is het zingen een uit de hand gelopen hobby.’

Over een dijk vol koper, een burn-out op het podium, en waarom je nooit eerst de mooie auto koopt.

‘De moeilijkste keuze was voor mij om het bedrijf van mijn ouders los te gaan laten.’ Zo opent Frans Duijts, die altijd had gezegd dat hij de grootste sloper van Nederland zou worden. Dat is niet gelukt, omdat hij zijn carrière richting optreden bewoog. ‘Ik ben wel de bekendste sloper van Nederland.’ Hij begon als imitator van André Hazes, deed daar zo’n 100 tot 120 optredens per jaar mee, en brak in 2007 door met eigen werk. Daarna ging hij naar 350 à 400 optredens per jaar, soms drie of vier op een dag, terwijl hij overdag ook nog in de sloop zat. ‘Je hebt eigenlijk net zoveel optredens als dat er dagen zijn in het jaar.’

Het ondernemen leerde hij van zijn vader en opa. Zijn opa was marktkoopman, zijn vader ging van de markt naar het slopen. ‘Daar zit geld in.’ Zijn eerste grote deal deed hij als jochie van een jaar of vijftien: hij kocht samen met een maatje al het metaal, kabel en de buizen uit de dijk van Tiel tot Zaltbommel, voor 25.000 gulden. Hij moest een deel lenen van zijn vader, die hem voor gek verklaarde, maar al na de eerste dag rijden bracht hij het geleende geld terug. ‘Pap, hier zijn de centjes die ik geleend heb. En we zijn nog niet eens uit.’ Daar verdienden ze een mooie auto aan, die ze niet kochten maar omzetten in een nieuwere vrachtwagen met een sterkere kraan.

Het kantelmoment

Het kantelmoment kwam in 2010, toen hij na een kleine 1200 optredens en drie jaar dubbel werken een burn-out kreeg. ‘Mijn schouders waren op, het ging niet meer.’ In Utrecht moest de geluidsman in zijn oortjes zeggen waar hij stond. ‘Utrecht, we staan in Utrecht. Goedenavond Breda.’ Alles ging op de automatische piloot. Hij belde John van Ubbergen, mocht naar diens huis op Ibiza, en zat daar weken als een zombie op de bank, alleen met zijn vrouw, zonder behoefte aan mensen. ‘Ik was niet bang dat het niet terug zou komen. Ik had wel zoiets: wanneer komt de zin in het leven weer terug?’ Het was geen verlies van zin in het leven, benadrukt hij, maar in dat leven. Na drie maanden keerde hij terug.

Wat het kostte

Wat het hem op andere momenten kostte, was geld en het gevoel gefaald te hebben. Twee keer moest hij met zijn gezin echt terug, met kinderen die twee à drie jaar lang dezelfde winterjas droegen en koopjes zoeken om de maand rond te breien, een keer zelfs tijdens zijn jaren als bekend zanger. Het kwam door een pand waarin een goede huurder na een half jaar failliet ging; het duurde ruim een jaar om een nieuwe te vinden, en al het spaargeld ging erin. ‘Dat hoort bij ondernemen. Je valt en je staat en je gaat weer verder. Als je altijd maar één keer vaker opstaat dan dat je valt, dan is er niks aan de hand.’ Maar het doet pijn, want dan voel je dat je gefaald hebt. Zijn principe daarbij komt van thuis: ‘Eerst je fundering bouwen, is de fundering goed, dan gaan we een muurtje zetten.’ Mooie auto’s en horloges komen pas nadat de fundering staat, nooit andersom.

Inmiddels is hij veel meer dan zanger: naast de muziek bouwde hij nog twee bedrijven op. Tijdens corona, toen collega’s hem in de eerste week al belden met geldzorgen, ging hij niet meer op tour met zijn zang maar met zijn drankjes. Die drankenlijn telt inmiddels negen producten, van blended whisky en wodka tot een limoncello met kokos, en gaat naar veertien landen, met sinds kort een BV in de VS. Het begon doordat een nieuwe buurman de rechten had op een karamelwodka; Frans nam een doosje mee naar Oostenrijk om het te testen en belde daarna Sligro en de groothandels. Hij hielp collega’s in corona met boodschappentassen vol voedsel, maar geen geld. ‘Geld kun je niet bij me lenen, want dan gaan we ruzie maken over mijn eigen centjes.’ Vijf jaar geleden onderging hij een maagverkleining en viel 45 kilo af. En zijn muziekrechten ziet hij als een pensioenregeling die naar zijn kinderen en kleinkinderen doorgaat. ‘Eerlijkheid duurt het langst,’ zegt hij over zijn rol als informele mentor voor jonge artiesten die niet weten hoe een recht in elkaar steekt.

Drie tips van Frans

Volg je onderbuikgevoel. ‘Volg je gevoel, onderbuikgevoel volgen, dat vind ik heel erg belangrijk.’

Denk goed na voor je investeert. ‘Denk goed na voordat je de investering doet.’

Blijf jezelf. ‘Ik ben wie ik ben. Ik hoef niet na te denken wat ik bij een ander doe.’

Eén harde les

‘Eerst je fundering bouwen, is de fundering goed, dan gaan we een muurtje zetten. En niet andersom.’

De vraag aan jou

Bouw jij eerst de fundering voordat je het muurtje zet, of koop je de mooie auto al voordat de basis staat?

Meer afleveringen →