Kijk, luister en lees
Eva de Mol bij Doorzetters
Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.
Boek 2 · De tweede akte
Eva de Mol: Na honderden nee’s beheert ze nu 50 miljoen euro
Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.
‘Mijn ouders zaten thuis op de bank te knuffelen met mijn dochter. Ik had alleen maar nee gehad die week.’
Hoe een wetenschapper de Nederlandse venture capital wereld opschudt met data en een no-asshole-policy.
Op vrijdagavond, ergens tussen 2016 en 2018, kwam Eva de Mol thuis na een week van twintig fundraising-pitches. Vier per dag, vijf dagen lang. Iedere pitch ging over een fonds dat ze samen met Janneke Niessen wilde opzetten: een nieuwe venture capital-strategie gebaseerd op data over teams in plaats van onderbuikgevoel. De Mol had net haar PhD aan Berkeley afgerond, vier jaar onderzoek naar wat ondernemers succesvol maakt. Het idee was scherp, de data waren er, de overtuiging zat goed. En toch was het antwoord die hele week: nee.
Thuis lag haar dochter van vier maanden. Haar ouders pasten op. ‘Dan dacht ik aan het eind van de week: oké, ik heb alleen maar nee gehad en mijn ouders zaten lekker thuis op de bank te knuffelen met mijn dochter. Dat was wel moeilijk.’
Het was niet de eerste tegenstand. Tijdens de pitches kreeg ze van investeerders te horen wat in venture capital vooral niet werd uitgesproken maar wel gedacht. ‘Eva, ik vind het super leuk wat je doet. Maar ja, ik ben gewoon een echte man. En die houden echt van cijfertjes. En jij bent een vrouw. En ja, dat gaat gewoon niet samen in venture capital.’ Ze had een PhD van Berkeley in economie. Ze wist dat ze de kennis had. Maar voor sommige investeerders woog haar geslacht zwaarder dan haar onderzoek.
De Mol was opgegroeid tussen Nederland en Amerika. Vanaf haar vijftiende ging ze naar de high school in Carson City, Nevada. Een halve Amerikaanse, zegt ze zelf. Daarna terug naar Nederland, economie, een wetenschappelijke carrière die ze afsloot met een Berkeley-promotieonderzoek waarin ze vier jaar lang ondernemers volgde. De vraag die haar bezighield was simpel maar onbeantwoord: waarom slagen sommige teams en falen andere, ook als de bedrijfsidee vergelijkbaar is? Haar antwoord werd de basis van CapitalT.
Het kantelmoment
Het beslissende moment zat niet in één afwijzing, maar in de cumulatie. Na die week vol nee’s, met haar dochter thuis bij de grootouders, was de keuze simpel: stoppen, of doorgaan. Geen drama, geen openbaring. Ze koos voor doorgaan, vooral omdat ze niets anders kon bedenken. Niet uit intuïtie, zegt ze, maar uit ratio. ‘Ik geloofde in mijn eigen idee. En als anderen het niet zien, dan moet je het denk ik ook gewoon doen. Voor buitenstaanders is het niet altijd helder.’ Wat volgde was: nog meer pitches. En na maanden, ergens, een ja.
Wat haar onderscheidde van traditionele venture capital managers was het wetenschappelijke fundament. CapitalT zet bij elk team waarin het overweegt te investeren een assessment in op basis van Patrick Lencioni’s Five Dysfunctions of a Team. Vertrouwen, conflict, commitment, accountability, resultaten. Lage scores op vertrouwen zijn een red flag. Hoge scores op gezamenlijke passie zijn een plus. Ze onderscheidt ‘obsessief gepassioneerde’ ondernemers (status, snel geld) van wat zij authentiek gemotiveerde ondernemers noemt. De eersten krijgen vaker een burn-out en minder succes. De data uit haar PhD onderbouwen het. En in de portfolio van CapitalT is het meetbaar: ondernemers die hoog scoren halen meer kapitaal op.
De Mol blijft scherp over wat assessments wel en niet kunnen. ‘Ik kan niet garanderen dat een bedrijf succes wordt, maar ik kan wel zeggen wanneer iets geen succes wordt.’ Ze gebruikt het instrument niet om mensen weg te sturen, maar om teams onderdeel te maken van hun eigen analyse. Wie hoog scoort op technische capaciteit maar laag op verkoopinstinct krijgt het terug te zien. ‘Goede ondernemers zijn altijd reflectief.’
Inmiddels zitten er 130 bedrijven in de CapitalT-portefeuille. Het fonds presteert in de bovenste 25 procent van alle Europese venture-fondsen die in hetzelfde jaar zijn opgezet. Twee namen die ze uitlicht zijn Overstory (Nederlandse AI-startup die met satellietdata bosbranden helpt voorkomen, meer dan 50 miljoen opgehaald) en TestGorilla (talent-assessment-software, meer dan 80 miljoen opgehaald). Beide zijn voorbeelden van bedrijven waar het team-assessment al vroeg iets liet zien wat anderen pas later zagen.
Wat het kostte
De eerste fonds-raising kostte jaren waarin ze tientallen pitches per week deed, met een dochter van vier maanden die ze grotendeels aan haar ouders overliet. Het werk vraagt nog steeds permanente bereikbaarheid. De druk zit in de waarderingen die nu gehanteerd worden, 50 keer omzet, soms 100 keer, soms bedrijven zonder enige omzet die 40 miljoen waard zijn. Toen het eerste fonds van vijftig miljoen geclosed werd, zat ze ’s avonds op de bank te denken: holy shit, dit is heel veel geld van andere mensen. Die last laat haar niet los. Tegelijk weet ze dat verlamming door dat besef een slechte investeerder van haar maakt. Schipperen, dus.
Wat haar definieert als investeerder is wat ze niet doet. Geen lunch met mannen die haar in de sauna over een deal willen ‘spreken’. Geen geld van investeerders die structureel medeoprichters wegwerken bij bedrijven. CapitalT heeft een expliciete no-asshole-policy: er zijn mensen met geld die niet welkom zijn in het fonds. Een bekende Nederlander stond bijna ingetekend toen iemand belde dat hij in zijn raad structureel mensen wegpestte. Aanvankelijk heel aardig, in de praktijk verstikkend. CapitalT verbrak de relatie.
Anno 2026 zet De Mol haar tweede fonds vol vanuit een netwerk dat ze in tien jaar heeft opgebouwd. Ze investeert in noord-Europa, met focus op deep tech en AI, en accepteert de mentaliteit van Nederlandse pensioenfondsen niet die volgens haar het kapitaal naar de bank in plaats van naar startups duwt. Ze noemt het de olifant in de kamer: er ligt hier geld dat niet wordt ingezet voor innovatie waardoor talenten naar San Francisco vertrekken. Zij blijft in Nederland vanwege de scholen, de gezondheidszorg en het feit dat dit een fijn land is om te wonen. Maar het kapitaal dat dat fijne land in stand houdt, zegt ze, moet anders gaan stromen.
Drie tips van Eva
Zorg voor een scherpe focus. ‘Waarom zou jij deals vinden die andere fondsen niet vinden? Voor ons was het duidelijk: twee vrouwen, een ander netwerk, een wetenschappelijke benadering. Dat was ons haakje.’
Fundraising is een numbers game. ‘Snel en met een goed verhaal de straat op. Ga zoveel mogelijk gesprekken aan. Een aantal valt af, een aantal niet. Andere logica werkt niet.’
Stakeholder management is geen kers op de taart. ‘Als ondernemers geen goede updates sturen of relaties slecht onderhouden, weet ik genoeg. Als jouw vraag drie weken blijft liggen, klopt er iets niet in het bedrijf.’
Eén harde les
‘Goede ondernemers hebben altijd iets vreemds. Iets narcistisch, iets obsessief. Wie dat niet erkent, herkent zichzelf niet als investeerder.’
De vraag aan jou
Welke ja heb je vooral nodig omdat je vergeet hoeveel nee’s je al overleefd hebt?