André Kuipers bij Doorzetters

Open het gesprek en lees het volledige portret uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes.

André Kuipers: Hij maakte zijn jongensdroom waar en was er thuis niet bij

Door Ruud Hendriks en Richard Bross · 7 minuten lezen

Boekhoofdstuk uit Doorzetters 2 — 52 ondernemers over de prijs van hun succes. Een geschreven portret, geen woordelijk transcript. Functies, cijfers en omstandigheden kunnen inmiddels veranderd zijn.

‘Ik zou niet over lijken gaan, maar voor de rest had alles wel moeten wijken.’

Over een tumor op zijn negentiende, een politiek spel dat hem bijna zijn tweede vlucht kostte, en de rekening die aan de keukentafel werd betaald.

Van de ruim acht miljard mensen op deze planeet zijn er ongeveer zevenhonderd in de ruimte geweest. André Kuipers was er twee keer bij. Toch begint zijn antwoord op de vraag naar het moeilijkste moment in zijn carrière niet bij een lancering, maar bij een vergaderzaal. ‘Dat is misschien een politiek moment, dat je vlucht misschien niet doorgaat,’ zegt hij.

Het speelde in de aanloop naar zijn tweede vlucht. Hij had jaren getraind, was reserve geweest voor missies van anderen en was nu aan de beurt. Maar ESA is een organisatie van lidstaten, van grote en kleine landen. Er was net een Belgische collega commandant van het ruimtestation geweest, en de geruchten gingen: niet weer zo’n klein land. Duitsland schoof een eigen astronaut naar voren. ‘Als je eenmaal binnen bent, is het idee dat je allemaal gelijk bent,’ zegt Kuipers. ‘Als je dan het gevoel krijgt dat je eruit ligt, niet door jou, maar door een politiek spel …’ Het risico was groter dan één gemiste beurt, want in de tussentijd kan er medisch van alles gebeuren.

Hij haalde die vlucht wel en bleef zelfs langer boven dan de bedoeling was. De capsule voor de volgende bemanning sneuvelde tijdens een test in Rusland, waarna zijn bemanning ‘vriendelijk verzocht’ werd om nog zes weken te blijven. Zo werd hij en passant de Europeaan die tot dan toe het langst achtereen in de ruimte was geweest.

Het kantelmoment

Het scharnier lag veel eerder, en het was medisch. Als jongen droomde Kuipers van de ruimte, gevoed door science fiction, in een tijd waarin Europa nog helemaal geen ruimtevaart had. Toen kwam hij op zijn negentiende bij de dokter met een knobbel in zijn hals. Een schildkliertumor. Ze haalden de helft van de schildklier weg, met het vooruitzicht dat de andere helft er later ook uit moest, het risico dat het was uitgezaaid, en een leven lang medicijnen. Voor iemand die onwaarschijnlijk fit gekeurd moest worden, betekende dat één ding. ‘Ik dacht: oké, die droom, misschien is dat wel klaar.’ Tot hij zelf het ziekenhuis belde voor de opname en te horen kreeg dat die niet meer nodig was. De uitslag was goedaardig.

Juist in die jaren kwam de droom ook dichterbij. Nederland leverde met Wubbo Ockels een astronaut die wetenschapper was en geen testpiloot. En Kuipers zag John Young, de commandant van de eerste Space Shuttle. Die man had op de maan gelopen en zat in de cockpit gewoon met een bril op. ‘Toen besefte ik: hé, dit zijn gewone mensen. Je kan een Nederlandse wetenschapper zijn en je mag een bril dragen. Dat betekent dat ik het ook kan.’

Wat daarna gebeurde, is het eigenlijke kantelmoment. Kuipers ging zelf geneeskunde studeren en wist dus precies hoe het werkte toen hij ruim twintig jaar later de selectie in ging. Hij ging terug naar de oncologen en liet een brief schrijven waarin zwart op wit stond dat er niets meer aan de hand was. ‘Want ik dacht: voor hetzelfde geld word je daardoor afgekeurd. Dus ik moest zorgen dat dat niet gebeurde.’ Eén zin vat zijn hele loopbaan samen: ‘Ik zocht dus overal gaatjes om toch te kunnen.’

Wat het kostte

Zijn lichaam betaalde het eerste deel van de rekening. Drie tot acht procent van zijn dragende botmassa raakte hij kwijt, in zijn onderrug en zijn heupen, ondanks al het verplichte sporten aan boord. Hij kreeg meer straling te verduren dan wij hier beneden en wordt daarom elk jaar gekeurd. ‘Ik heb er niet echt direct last van,’ zegt hij nuchter.

De echte rekening lag thuis. Hij is er open over hoe absoluut zijn keuze was. ‘Ik zou niet over lijken gaan, maar voor de rest had alles wel moeten wijken. Als mijn toenmalige vriendin, die nu mijn vrouw is, had gezegd dat ze niet wilde dat ik het deed, had ik het toch gedaan.’ De vluchten zelf waren daarbij nog het minste probleem, want aan boord werkt men op Greenwich Mean Time. Het waren de trainingen die het gezin uit elkaar trokken: maandenlang in Amerika of Japan, en bellen als iedereen thuis sliep. Skype kwam toen net op, zodat hij vanuit Houston met een camera erbij kon aanschuiven bij het avondeten in Nederland.

Het scherpst wordt het als hij vertelt hoe zijn gezin er destijds uitzag. Hij had twee dochters uit een eerder huwelijk die in Zweden woonden en die op enig moment bij hem kwamen wonen. Hij en zijn vrouw hadden zelf net twee kleine kinderen. ‘Moet je voorstellen: twee kleuters, en er komen ineens twee Zweedse pubermeiden bij ons wonen. En ik was er niet.’ Dan volgt de zin die het hele verhaal draagt. ‘Ik was leuk astronautje aan het spelen.’ Sommige dingen haal je niet in. ‘De eerste tandjes missen. De eerste keer losfietsen. Dan ben je er gewoon niet.’ Ook de bekendheid werd vooral door anderen betaald. Bij het zwembad lagen drie mensen met een fotocamera te wachten, en in een restaurant schoof iemand ongevraagd een stoel bij. ‘Het is vooral storend voor de mensen om je heen. Die hebben daar niet voor gekozen.’

Wat hij ervoor terugkreeg, laat zich moeilijk in een jaarverslag zetten. In een stille module met gedimd licht drong het pas echt door. ‘Ik dacht: hé, daar is de aarde en ik zweef hier.’ Recht naar beneden is het majestueus: rode woestijnen, turquoise water. Maar zodra je erlangs kijkt, kantelt het. ‘Je hebt het gevoel dat de aarde in elkaar schrompelt. Het voelt levend aan, met een heel dun membraantje eromheen dat elk moment stuk kan gaan.’ Kuipers is niet gelovig, maar koos wel een eigen woord voor wat hij daar voelde. ‘Ik was onderdeel van iets veel groters. Ik noem het maar een kosmisch gevoel.’

Dat gevoel werd zijn tweede loopbaan. Het zwarte gat waar topsporters na hun hoogtepunt in vallen, heeft hij nooit gekend, omdat hij al lezingen gaf voordat hij astronaut was en zijn missies inging met de gedachte: dit moet ik vastleggen, hier moet ik het straks over hebben. Ondernemer noemt hij zichzelf niet, maar het risico dat hij met zijn SpaceXperience in de Ziggo Dome nam, was wel dat van een ondernemer. Er moest veel eigen geld in en de rekensom was hard: bij één show verlies je tonnen, bij twee tot tweeënhalf speel je quitte, en pas daarna verdien je. Het kwam goed. Hij deed er drie op één dag, en een jaar later nog eens drie.

Drie tips van André

Motivatie is de eerste voorwaarde. ‘Motivatie, dat is allereerst. Anders mis je gewoon de advertentie in de krant.’

Bouw frustratietolerantie op. ‘Doorzettingsvermogen, vallen en opstaan, veerkracht. Je kan het ook frustratietolerantie noemen. Je moet tegen tegenslagen kunnen en toch doorgaan.’

Zeg nooit nooit en probeer het gewoon. ‘Ik heb een kantoor gedeeld met iemand die ook graag astronaut wilde worden, maar die dacht: ach, het lukt toch niet. Heeft het niet gedaan. Ga het in ieder geval proberen, want je weet nooit hoe een koe een haas vangt.’

Eén harde les

‘En ik was er niet. Ik was leuk astronautje aan het spelen.’

De vraag aan jou

Welke droom heb jij afgeschreven op basis van een aanname die je nooit hebt laten toetsen, en wie zou je vandaag kunnen bellen om te horen of die aanname wel klopt?

Meer afleveringen →